Hieronder lees je een verslag met foto’s en een video van onze reis naar de Pyreneeën in de periode 1-5 juli 2021.

Donderdagavond 1 juli, 21:45 uur. De Alpen Express wordt voorgereden. Het is zo’n Chrysler, zo één waar alles in kan. Dus wij met 4 man, 4 rugzakken en 4 kleine reisrugzakjes de auto in. Even meteen maar een zijstap. De crew van ITW bestaat uit 5 man, maar helaas moest 1 man (Jelle) vanwege blessure, afzeggen. Volgende keer beter. Dit keer hadden we dus maar onze eigen satéballetjes meegenomen 😉

Want wat gingen we doen? Wel, we hadden het plan opgepakt om met elkaar naar de Pyreneeën af te reizen voor een lang weekend, om daar door de ruige bergen te trekken. Compleet met bepakking, alles hadden we mee. Tent, kleding, eten, materiaal wat je nodig hebt als je lange trektochten maakt en niet weet wat je allemaal te wachten staat. Dus 18 kg op de rug en lopen maar.

Maar eerst nog die reis ernaartoe. Veertien uur deden we erover. We hadden ondanks dat, nog flink doorgereden en de pauzes zo kort mogelijk gehouden. Nadat we aan waren gekomen in het plaatsje Borce, haalden we onze spullen uit de auto, bepakten onze rugzakken nog even goed en gingen we op weg. Het was toen 12 uur in de middag, dus we naderden het heetst van de dag.

En dat hebben we geweten. Want, ongelooflijk, wat was het énorm warm daar. We liepen het eerste stuk pittig omhoog, over rotsen heen met een diepe afgrond naast je, en waar de zon ook nog eens vol op onze route scheen. Het zweet gutste letterlijk van ons hoofd af. Normaliter zou je thuis na een korte wandeling van zo’n aard, direct gaan douchen en schone kleren aan doen. Maar dat is er bij bergwandelingen niet bij. Daar gaat het om volharden, survivallen, afzien, doel stellen en doorlopen. Dus ook doorlopen in kleding die na een kwartier meteen al ruikt naar allerlei luchten die een zekere inspanning communiceren.

Ik zou verder kunnen gaan over de tocht, maar toch wel leuk om hier even bij stil te staan. Dit soort momenten vormen je karakter. Na een uur bezig te zijn is het einde nog lang niet in zicht en ga je bedenken waarom je dit ook alweer doet. Het zweet druipt letterlijk in straaltjes van je voorhoofd af en neemt meteen alle zonnebrand mee je ogen in. Dat gaat lekker prikken, je rugzak voelt nog zwaar aan, want je hebt er nog geen eten uit gehaald. Alles zeul je letterlijk mee op je rug. Het water raakt snel op bij deze temperaturen, dus verse voorraad zoeken is noodzakelijk. Afijn, wellicht straks meer. Want gaaf is dit wel. Dit is wat je wilt. Want als het aan de crew ligt, blijven we dit met elkaar van tijd tot tijd volhouden.

We liepen de route stug door, af en toe een korte stop. Even bijtanken, water bijvullen. Want dat doe je bij vers stromende riviertjes. Dat soort water, wat hoog uit de bergen naar beneden stroomt en wat zo heerlijk koud aanvoelt, dat heldere water, dat is het beste om te drinken. Krijg je niets van. Vult wel je eigen waterhuishouding weer aan, en dat was hard nodig ook.

De route tijdens onze hele wandeltocht, niet alleen de eerste dag, maar ook in de dagen erna veranderde nogal sterk. En daarmee bedoel ik het landschap. Het is zeer sterk variërend. Zo loop je over de kale rotsen, zo over het gras, dan weer door de modder onder de bomen in het bos en dan weer heb je alle moeite om niet weg te glijden over kleine kiezelsteentjes.

Aan het einde van de eerste dag bereikten we ons einddoel. We pakten de kaart erbij en besloten om hier te gaan overnachten. Dit leek ons een mooie plek. We zagen een vlak stuk gras, waar we dus redelijk horizontaal konden liggen. Tevens zagen we, dat als we verder gaan, we eerst nog een berg over moesten die op 2100 meter ligt en dan weer naar beneden moesten lopen. Voor deze dag zat dat er niet meer in. Het was mooi geweest voor. Begin van de avond tentjes opzetten, eten maken, nog een vuurtje maken en dan slapen.

Nou ja, slapen. De tentjes stonden toch niet helemaal vlak, want schijn bedriegt, zeker in de bergen. Dus je schuift van je matje af, lig je alsnog op de grond, dan maar wat scheef liggen en proberen de slaap te pakken te krijgen. Buiten om ons heen horen we kerkklokken. Ow nee, dat niet, maar daar leek het wel op. Wat een ongelooflijk kabaal was dat. Honderden koeien met bellen om hun nek lopen daar te grazen. En bij iedere beweging klingelen die bellen dus. Nou ja, we hebben het maar op ons in laten werken als een soort meditatief geluid.

Elke grote dag, begint in de vroege morgen

’s Nachts schrik je nog eens wakker en je hoort helemaal niets. Ook geen koe, geen bel, geen verkeer, niets. Dat is de natuur, het geeft zoveel rust en ruimte. Heerlijk om daar te slapen. Tussen de hoge bergen om je heen. De sterren kun je niet tellen, zoveel dat het er zijn. Je komt echt tot rust en God is groot. Want dat dringt op zulke momenten nog eens dieper door.

In de ochtend worden we wakker gemaakt door de koeien. Waar ze de vorige dag nog een op een ander veld tegenover de beek stonden, zijn ze nu ineens op 20 meter afstand van de tenten. Half zeven in de ochtend was het. Man, man, snel eruit en die beesten wegjagen, voordat ze al onze tentjes omver banjeren en met hun scherpe hoorns de haringen uit de grond trekken 😉

Buiten in de natuur heb je altijd extra veel tijd nodig voor jezelf. Meer dan thuis. Want ja, daar is een normaal toilet, pak je je eten uit de koelkast en zet je de waterkoker aan voor een bakkie thee. Maar als je op jezelf bent, in de open natuur, dan is dat andere koek. Schone sokken aan en de vieze sokken gewoon terug in de rugzak. Jezelf dwingen om op te staan, want elke grote dag, begint in de vroege morgen. Dan naar de beek, jezelf wassen, dus alles uit, wassen met steenkoud water, afdrogen en weer aankleden. In de survival is zelfverzorging belangrijk, dus neem er de tijd voor. Ondertussen had je ook al je gasbrandertje aan gezet met een pannetje water erop, want als jij bezig bent, kan het water vast aan de kook. Dan pak je je tent in en ook gedeeltelijk je rugzak. Hierbij geldt de regel: alles wat je niet gebruikt of niet meer nodig hebt, stop je weer terug in je rugzak op de plek waar het hoort. Want alles heeft een vaste plek en niets laat je zomaar overal slingeren.

Na een goede maaltijd beginnen we de dag aan de klim, die we nog af moesten maken van de dag van gisteren. Op naar die 2180 meter hoogte. Zo vroeg in de morgen is het nog rustig. Het is stil, je ziet dieren die je overdag minder snel ziet. We hebben heel veel dieren gezien, die je normaal in Nederland ook niet zou zien. Een schets: vale gieren, steenarend, gemzen en marmotten.

‘Je kunt niet altijd op de toppen van de bergen blijven lopen

Deze dag lopen we nadat we de top hadden bereikt weer naar beneden. Want ja, je kunt niet altijd op de toppen van de bergen blijven lopen. Het is eens je doel, om dat te bereiken, en als je er dan bent, dan wil je ook weer het dal in wat aan de andere kant van de berg ligt om te kijken wat daar allemaal te zien is. Gek eigenlijk, nou ja, vorm hier zelf maar eens een geestelijke gedachte bij.

Nu ja, het weer in de bergen kan ook nogal veranderlijk zijn, net als de omgeving dus. Want voor we het wisten kwam er een enorme regenbui over ons heen. We zagen de wolken al aan komen drijven, maar het kan snel gaan in de bergen. Dus halverwege de afdaling, rugzak af, snel werken nu, rugzak open, jas pakken, want de druppels voelen koud aan, snel aantrekken, rugzak weer om. En zo gaat dat daar in de natuur. Ook nu weer geldt dat je niet je hele garderobe van thuis mee kan nemen. Dus een jas die zowel tegen wind als tegen regen bestendig is en ook niet teveel weegt, is een pré.

We lopen verder naar beneden. Je hele korte broek en onderbroek zeikesnat. Maar zo erg is dat niet. Het gaat eerder om je bovenlichaam, die verdient de meeste bescherming op dat moment. Als we doorlopen houdt de regen na een half uur alweer op. Af en toe nog druppel en het stopt alweer. En zoals dat gaat breekt de zon ook alweer snel door en moeten de jassen alweer uit, want opeens voelt het broeierig aan, dus moet je luchten en weer acclimatiseren.

De rest van de route beschrijf ik niet helemaal. Behalve dan dat we in het dal een enorme bedrijvigheid vonden met wandelaars, boeren die koeien hielden, paarden en schapen. We vonden een koude rivier waar we even stoer dachten te zijn om daarin een duik te nemen… Maaltijden zijn belangrijk op dergelijke tochten, dus voor de lunch neem je ook je tijd.

‘Vergeet nooit om achterom te kijken, waar je vandaan komt’

En zoals dat gaat, als je in een dal bent, dan gaat de route weer naar boven. En dat is afzien, letterlijk. Die rugzak is nog steeds zwaar, de warmte in het dal is aanzienlijk en nu moet je weer omhoog. Op van die olifantenpaadjes. Soms makkelijk te lopen, dan weer steil klimmen, zo’n pad waar geen einde aan komt. Maar eenmaal boven, moet je terugkijken. Vergeet nooit om achterom te kijken, waar je vandaan komt. Geniet van de schepping om je heen. Tijdens het klimmen, tijdens je pauzes en bij het bereiken van de top.

In de avond vonden we een hele mooie stek bij een meertje hoog in de bergen. Hier was de grond wel écht vlak en hadden we het beste uitzicht ooit.

Maar zoals dat natuurlijk weer gaat in de bergen, kan het weer ook s’ nachts omslaan. De eerste druppel hoorden we op ons tentdoek vallen en in de verte klonk al wat gedonder. Welnu, in Nederland kan het soms tekeer gaan, maar in de bergen zonder beschutting om je heen, behalve een paar rotswanden en je eigen tentje ervaar je de krachten van de natuur op zijn sterkst. De regen kletterde zo enorm hard naar beneden, dat je denkt dat je tentje het vroeg of laat wel zou moeten begeven en de regen er dwars doorheen moet komen. En dan het onweer. Alles klinkt enorm door, in die grote ruimte tussen de bergwanden, maar als er een flits is, en amper 1 seconde later de bulderende donder, dan weet je dat het menens is. Er was maar 1 manier om dit te doorstaan en dat was gewoon blijven liggen op de plek waar je ligt. Onder een boom gaan staan is sowieso een slecht idee, maar op deze hoogte waren die helemaal niet te vinden 😉 En verder waren er geen berghutten in de buurt of andere schuilplaatsen. Dus, onder de vleugels dan maar en een schietgebedje doen, was de enige optie.

De nacht hadden we overleeft en we voelden ons al steeds meer man worden. We werden steeds meer al één met de natuur. Dat komt ook omdat alles van thuis of waar je in het normale leven mee bezig bent, naar achter schuift. Je focus wordt verlegt. Soms heb je het nodig om langer stil te zijn, die stilte bewust op te zoeken en te overdenken wat er allemaal speelt. Niet alleen de omgeving doet wat met stilte, maar het heeft ook alle invloed op je innerlijk. Om daar aan de binnenkant de stilte te raken, kost meer tijd. En de hele setting helpt daarbij.

Deze dag stonden er weer een paar toppen voor de boeg en maakten we nog een uitstapje naar Spanje om boven op de bergkam heel even de grens over te steken. Daarna keerden we de route weer terug en vervolgden we hem verder waar we gebleven waren. In totaal hebben we een heel groot rondje gelopen van zo’n 55 km en 4200 hoogtemeters. Het was adembenemend en absoluut de moeite waard. Zo kwamen we een reiziger tegen uit Oostenrijk die ervan stond te kijken dat we een reis van 14 uur hadden gemaakt om te backpacken in de Pyreneeën. Je moet het er maar voor over hebben 😉

Onze laatste nacht brachten we door in een verlaten berghut. Deze hoefde je niet te bespreken en we konden daar heerlijk slapen. Maar goed dat we dat gedaan hadden, want om ons heen liepen allemaal schapen met bellen om hun nek en ook kwamen we de volgende dag tijdens het verder afdalen van de berg, nergens meer fatsoenlijke, vlakke grasvelden meer tegen waar een kans van slagen was voor de stalling van je tent.

De laatste dag stonden we om 6 uur op bij de berghut, eten, verzorging, lopen en terug naar de auto. Om 00:30 uur waren we weer thuis. Moe, maar voldaan. Verwonderd, over de vele bloemenvelden die we zagen. De dieren die we soms van dichtbij, dan weer ver weg zagen lopen op vliegen. Genoten van de onderlinge gesprekken, de discussies in de auto en de ruimte in je hoofd, die de natuur zomaar aan je geeft. We waren écht Into the Wild! Soms letterlijk, met een fikse regenbui op je kop, je onderbroek drijfnat en die dan weer opdroogt tijdens je verdere wandeltocht. Het zweet wat overal waar het maar kan, je lichaam verlaat. De vergezichten die de bergen je geven als je bovenop een bergkam staat. De gebeden met elkaar voor de maaltijd en de gesprekken over geloof, kerk en allerlei zaken in de samenleving. Het was bemoedigend! Sterker: dit hadden we niet willen missen. En heeft ons meer energie gegeven om door te pakken. Als het een beetje meezit. Dan komt ie, volgend jaar, Noorwegen, samen met de andere deelnemers. Kom maar op!

Crew ITW