1791
De gebruikelijke nieuwjaars vergadering,welke de nominatie en de verkiezing van ambsdragers inhoudt.Pieter van Cleef werd verkoren tot ouderling en, Justie van Bruggen tot diaken. De diakonie rekening is opgelezen in de vergadering van 20 januari.Diaken van der Griend wordt hartelijk bedankt.Er is een overschot van f. 139-16-14 .Daarna is de vergadering met dankzegging tot God met den gebeden gesloten.

21 april 1791.
1.Alle leden zijn aanwezig,en werd de vergadering door den mond van de preses met den gebeden geopend
2. Hierop heeft zijn eerwaarde aan de vergadering het oogmerk te kennen gegeven,waartoe hij henlieden thans hier bescheiden hadde,om namelijk,daar aanstaande zondag des Heeren H.Avondmaal staat gevierd te worden,en nu sensura morum te houden.
3. De dominee buiten gestaan zijnde,is er tegen hem geen ,of hoegenaamd geen beschuldiging ingebraght.Daarna is Haagenaar buiten gestaan,en na hen de andere broeders.Er werd geen beschuldiging bevonden.En ook vanuit de gemeente zijn er geen bezwaren gekomen..
4. Vervolgens zijn de een en andere zaken besproken,waarna met dankzegging de vergadering werd besloten.
20 meij.Er vind kerkvisitatie plaats door ds. N. Kuiper uit G.o.k. en J. Lokhorst v.d.m. te Sprang. Hun vragen werden naar genoegen beantwoord. Maar dat er wel degelijk iets verzwegen is lezen wij in de volgende acte.
21 september 1791
De vergadering met den gebeden geopend.Er werd sensura morum gehouden, en vanuit de gemeente waren er geen moeilijkheden. De predikant moet eerst buiten gaan staan,maar men heeft geen bezwaren tegen hem vanuit de kerkenraad.Dan komt de predikant weer binnen. En deze heeft wel wat te zeggen. Hij heeft enige reserven tot broeder Haagenaar,en zal bij een volgende kerkvisitatie, en sensura-morum nog op de zaak terug komen. (waarom het in deze vergadering niet is besproken kan ik niet lezen)Vervolgens is er nog een verzoek van dhr. P. Middelkoop,dit gaat over een bijdrage van de diakonie,daar hij aan het bouwen is,en geld nodig heeft.De zaak werd verwezen naar de armmeester. De vergadering werd met den gebeden besloten. Maar broeder Haagenaar weigerde deze acte te ondertekenen.
1792
1.januari In deze vergadering werden br. Goosen van Ek .ouderling en br. Arij Hamerpagt tot diaken verkoren. 2. De predikant laat weten dat er over acht dagen het H.Avondmaal zal worden gehouden. De leden v.d. kerkenraad hadden geen bezwaren. Maar de predikant laat weten dat hij wel iets heeft,en dat hij na het eindigen van de middagdienst daar over wilde spreken .Maar door verhindering van de predikant voorleden zondag kon dit niet doorgaan.
5 Januari zijn de leden v.d. kerkenraad allen aanwezig.
1. Volgens een bericht zou er voorleden zondag aan het huis van Cornelis Vink door een persoon vanuit Gijbeland een oefening plaats gevonden hebben. Ook de broeders hebben daar al iets van vernomen.zo blijkt.
2. Voorts gaat het over eenige gezegden door Arij Haagenaar over de predikant.De predikant wordt beschuldigt dat hij niet met vrome mensen omgaat,en wel met zulken die uitwendig burgerlijk zijn .En dat de predikant tot tweemaal toe Pieter v.d. Tak s’maandags s ávonds geweigert heeft uit te laten.De dominee brengt de gemeente in rep en roer.En Arij Haagenaar verklaarde zelf zulke uitspraken gedaan te hebben.Dan moet Haagenaar de vergadering verlaten. De leden moeten zich uitspreken of zij zulke dingen ook in de gemeente horen. Met eenparigheijt van stemmen verklaren zij, niets te hebben vernomen.Ook niet dat de predikant geen omgang heeft met de vrome. Wel dat juist de vromen de predikant aangenaam vinden. Integendeel is door zijn gedrag hij aangenaam bij de gemeente. En wat betreft het gehouden gedrag door de predikant omtrent Pieter v.d. Tak ,dat wel verre het zou schijnen ,dat hij de gemeente in rep en roer zou brengen.De predikant laat weten, dat hij gevraagd heeft of br. v.d. Tak op een andere tijd konde komen ,maar hij heeft hem niet afgewezen.
Haagenaar mag dan weer binnen komen,en zijn verhaal doen. Vooraf wil hij aantekening van alles hebben. Dan begint hij over de bediening met pasen,is er sensura-morum gehouden .Ieder lid zou ondersoght worden,dogh met opsight op Arij Haagenaar leesden de dominee voor het tegenwoordige niet,waarop de kerkenraads handelingen ondertekent is. Er is een heel gedoe in de vergadering,en Haagenaar blijft de predikant bestoken.De dominee wil met die babbelarij niet van doen hebben.Ook zeide de dominee,gij moogt wel spreken van opreghtigheijd,daar heb ik bewijzen van in handen,hoe opreght gij zijt.
Haagennar heeft ook aan de broeders van Cleef en de andere ouderlingen,en aan Justus van Bruggen de diaken gevraagd, of zij ook wisten wat de dominee tegen hem hadde. Nee dat wisten zij niet. Ook zeide ik tegen de kerkenraad: ziet eens wat de dominee in zijn boezem heeft en zo durft hij al het avondmaal te gebruiken. Is dat liefde en enigheijd met zijn naaste te leven. Als of het formulier maar een leuze of gewoonte was voor te lezen,en geen regel overeenkomstig het Woord van God.Haagenaar moet wederom naar buiten gaan, zodat men vrij kan spreken. Als hij weer binnen komt wordt de vergadering nog even opgehouden, en daarna met den gebeden besloten. De acte wordt door Haagenaar niet ondertekend, wel door de andere broeders. Hij wil een copy hebben van deze vergadering,welke hem op 24 jan. door de kerkeraadsbode ter hand wordt gesteld,wel moet hij dan een gulden betalen voor het zegel,maar hoe dwars deze man kan zijn blijkt wel, als de bode het geld niet ontvangt, want daar moet hij eerst nog in de vergadering over spreken. Dan is er nog een stukje,wat ik nog zal overnemen.
De ondergetekende,het voorals nog onnodig oordelende, omtrent het een en ander in de bovenstaande aantekening van Arij Haagenaar,enige aanmerkingen te maken behoudende mij noghthans hiertoe ten alle tijden de vrijheijd vind,zig eenmaal door dezen man zelve verplight ,om alhier het volgende stuk in de kerkenraads acte boek te insinueren,waaruit,zoo ik vertrouw,duidelijk blijken zal,of ik bij gelegenheijd der censure-morum niet de billijkste reden had om met opzight tot hem enige reserve te behouden,en of ik met den zonder redenen konde zeggen :Gij moogt wel spreken van opreghtheid,daar heb ik de bewijzen van in handen,als mede,of ik onder dat alles eene gesteldheijd des harten konde hebben,die tot een reght Avondmaal gaan noodzakelijk vereist wordt.
Het navolgende.
Ik wil het hierbij laten,er volgen nog enkele actes over deze zaak. Het blijft een nare geschiedenis, als zulke dingen in de kerk aan de orde komen.Maar ze zijn er nu eenmaal,en dat is niet te voorkomen denk ik. Het blijft een wonder dat de kerk er nog steeds is,want als wij mensen het instand zouden moeten houden,was het allang voorbij…..
Daan Overduin.