1811.
Er is een besluit van de minister van Eeredienst betrekkelijk de beroepingen in dato 22 october 1811.De onder prefect van het Arondistement Dordt,ontfangen hebben de eene missive van den Heer perfect van dat departement van den 30 aug. 322-454 en, eene nadere van den 5 september 322- 480, beiden ten geleide den laatst gemelde eene instruksie van Zijne Exelentie ,den minister van kerkdiensten Parijs,houdende alle dezelfde stukken,dat in het vervolg omtrent alle vacerende Gereformeerden en Lutersen leeraars plaatsen het volgende zal moeten in aght genomen, dat, het beroep op den gewone wijze zal moeten geschieden,dat de acte van beroepings brief, voorzien van den schriftelijke acceptatie van den beroepenen in duplo door het intermediair der respecter onder prefecten aan den heer prefect van dat departement zal moeten worden ingezonden,ten einde met deselves confederatie-en nopens de zedelijkheid in de grondbeginselen van den beroepene naar Parijs te worden opgezonden.
Dat wanneer het gedaan bewijs door het Gouvernement geapprobeert,en den leeraar alzoo benoemd wordt,dezelve leeraar in handen van den Heer Prefect zal afleggen,den eed bij de wet van den 18 Germinaal te Dordt en Gorinchem,Kulenburg,zoo tot dezelfde informatie en narigt, als om daarvan aan alle gemeenten tot dat Arrondissement behoorende,kennis te geven, ten einde zich bij voorkomende vacatures, dien overeenkomstig te gedragen.
De ondergetekende prefect voorzitter S. Repelaar.
Classicaal besluit betrekkelijk bovengenoemde instructie ,in dato 29-30 oct 1811.
Bij de classis van Zuid-Holland besloten dat bovengemeld stuk in den kerkenraads boeken moet worden ingeschreven.Dat consulenten zorgen moeten voor de voldoening aan deezen inhoud,en den beroepenen kennis geven,dat het beroep geen effect sorteerd voordat den approbatie van Zijne Majesteit den Keizer zal zijn ingekomen,en de beroepene dus in de aanschrijving vermelden het in handen van den prefect zal hebben gelegd.
Voorts,dat er voortaan geene kennisgave van vakaturen aan den Minister noodig is.En dat de klasicale approbatién des beroepen stukken voortaan zal zijn: De klassis verklaart bovenstaande beroeping in debi-forma bevonden te hebben.Was getekend N.van Steenbergen.
1812.
Er is de gebruikelijke verkiezing,en de rekening van de diakonie Daar wordt verder niets over geschreven. Op 26 april worden er 28 personen tot lidmaten aangenomen. Ik kan verder van dat jaar geen aantekeningen meer vinden,en dat is ook zoo van het jaar
1813.Er is wel een aantekening ,dat er 2 kinderen Diemont hun geloof hebben beleden. Jan Diemont, zoon van Willem Diemont van Amsterdam,en Geertruida Maria Diemont.Dat wij nog volop in de Franse overheersing zitten zullen wij u een volgende keer laten weten,dat is dan het jaar 1814…. D.V.